zondag 22 juni 2014

Op het achterhoofd gevallen!

Vanmiddag mocht ik van mezelf weer eens naar de nagelstudio om mijn verlepte huishoudhanden weer om te laten toveren in nette kantoorhanden met als kers op de taart een keurig en kleurig lakje. Ik nam de metro naar de stad en omdat ik het zo leuk vind om met de tram door de stad te rijden stapte ik het laatste stukje over op de tram. Toen ik het metro station uitkwam reed hij net voor mijn neus weg. Nou is dat nooit zo erg want de zon scheen en het was gezellig druk in de stad. Dus die tien minuten wachten geeft dan volop gelegenheid om mensen te kijken. En die waren natuurlijk ruimschoots aanwezig. Ik had mij nog maar net op het bankje op de halte neergezet of er kwam een ouder echtpaar op mij af. Niet zomaar een echtpaar. Ze waren flink opgedoft. Zeg maar op zijn zondags. Hij had een keurige broek aan en een felgroen colbertje. Op de revers van het colbertje waren aan beide kanten van boven naar beneden grote glimmende broches bevestigd. Zo'n man raak je niet snel kwijt in het donker dacht ik nog. Eigenlijk best handig in zo'n grote stad, want ook voor elke automobilist was deze meneer goed zichtbaar in het donker. Nu was het nog niet donker, de zon stond hoog aan de hemel en weerkaatste in al dat glim. Ik was blij dat ik mijn zonnebril op had in elk geval.

Achter hem doemde zijn echtgenote op! Deze dame wreef over haar achterhoofd, door een permanentje dat zijn beste tijd had gehad en een kleur dat schreeuwde om een nieuw verfje. Oh oh oh zuchtte de dame en liet zich naast mij zakken op het bankje. Ze had de afstand niet goed ingeschat en kwam half terecht op mijn schoot. Dat is een beetje raar hoor, om een wildvreemde mevrouw op je schoot te hebben op een tramhalte op een zonnige zondag. Dat voelt toch ietwat ongemakkelijk. Dat vond de mevrouw zelf waarschijnlijk ook want ze liet zich naast me zakken en terwijl ze akelig dicht naast me bleef zitten (het bankje had echt voldoende ruimte) bleef ze maar oh oh oh zuchten. 

Ik keek eens voorzichtig opzij en schrok nogal, want ook zij was nogal van de glitter en de glim. Overal waar je keek zaten er ook op haar jurk grote glimmende broches bevestigd. Haar mond was knalrood gestift, het was alleen een beetje jammer dat de lippenstift haast naadloos overging in haar ogenschaduw, zo erg was ze buiten de randjes gegaan. Ze bleef maar oh oh zuchten en met haar handen over haar hoofd aaien. Daarbij zag ik dat ze ook haar nagels rood had gelakt en ook hier waren de vingers rijkelijk meegenomen. Grote ringen zaten om haar vingers en ze rook alsof ze een fles eau de cologne over zich heen had gekieperd. 

Er ging een schok door mij heen, want door dat luchtje en al die glitter en glim kreeg ik even een deja vu. Alsof mijn drie jaar geleden overleden oma even terug gekomen was en nu op de tramhalte naast me zat. Mijn oma, een echte jordanese, hield ook zoveel van eau de cologne en van grote glimmende sieraden. Altijd als ik het bejaardenhuis binnen kwam en ik zag haar niet direct, was het een kwestie van de meeste glitter en glim zoeken en dan had ik haar zo gevonden. Mijn oma vond het ook leuk om met de tram door de stad te rijden. Maar dat geheel terzijde!


Naast mij werd nog steeds oh oh oh gezucht en jawel hoor daar kwam het bijbehorende verhaal al. Mevrouw was gevallen. Zojuist. Op haar achterhoofd! Maar, zo zei ze, het is niet erg om op je achterhoofd te vallen. Dat is beter dan op je voorhoofd te vallen! Toch? En ze keek me vragend aan. En dat wist ik dus niet! Ze vertelde dat haar man wilde rennen om de tram te halen. En dat hij haar meesleurde en dat ze toen verblind was door de zon, het stoeprandje niet had gezien en dus ineens op haar achterhoofd lag. Volgens mij was ze gewoon verblind door alle glimmende broches, maar dat durfde ik niet te zeggen. Want als deze dame niet alleen uiterlijk op mijn overleden oma leek, maar ook innerlijk, zou ik zeker de wind van voren krijgen daar op dat trambankje. Daar had ik niet zoveel zin in en dus zei ik bemoedigend, volgens mij is het allemaal even naar, op je achterhoofd of op je voorhoofd vallen, maar gelukkig is er geen spatje bloed te zien. Dat is fijn, zei ze en gelukkig ben ik ook niet bewusteloos mevrouw! En ik zeg nog tegen me man, je hoeft niet te rennen voor die tram, want er komt er zo nog wel eentje an! En ze keek de glimmende brochjes man boos aan! Hij keek bedremmeld en een beetje schuldbewust terug! Maar ja, zei ze weer tegen mij, altijd eigenwijs he zo'n man. Altijd eigenwijs. Ze keek me aan en wachtte op mijn antwoord. Ik wist niet goed wat te doen, want ik had geen zijn onderdeel te worden van een echtelijke ruzie daar op die tramhalte. Weliswaar een glimmende ruzie, maar toch. Gelukkig hoefde ik geen antwoord te geven, want daar was mijn tram. Nou zei de dame, doe maar voorzichtig hoor kind en denk eraan nooit voor een tram hollen! Weer wat geleerd. Ik heb inmiddels weer prachtige nagels. Keurig binnen de lijntjes gelakt!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen