vrijdag 9 juni 2017

Contrast

Vanmorgen was ik op een vestiging voor sollicitatiegesprekken. Het was niet zulk gezellig weer, want het kwam met bakken uit de lucht. Samen met een manager zat ik in een koffielounge die ook gebruikt wordt voor kleine uitvaartplechtigheden. Deze ruimte heeft uitzicht op een grote vijver met  prachtige bomen er omheen. Normaal gesproken is het in de vijver gezellig druk met eenden en andere watervogels, maar zelfs zij vonden het te nat en schoolden samen op een kluitje in het, meer dan natte, gras onder de treurwilg. De damespauwen op het park schuilden op het overdekte terras, eentje daarvan had zich gezellig op een terrasstoel genesteld en een ander stond nieuwsgierig naar binnen te loeren. Pa Pauw was nergens te bekennen, zeker bang dat zijn veren nat werden.

Ook de sollicitanten kwamen om de beurt ietwat verregend binnen met kletsnatte paraplu's en druipende jassen. Gelukkig was de koffie en/of de thee lekker warm. Tussen kandidaat nummer 3 en nummer 4 hadden we een kwartiertje over. Terwijl mijn collega en ik de status van de kandidaten bespraken hoorden we gestommel in de gang. Daar kwamen twee dames op hoge leeftijd voorzien van stok en rollator onze ruimte binnen geschuifeld. We hoorden ze mompelen dat ze veel te vroeg waren maar dat ze in ieder geval nu binnen en droog waren en ze lieten zich op de eerste de beste stoelen zakken. De regenjassen lieten kleine riviertjes op de grond stromen.

Ze zagen ons zitten en zeiden in koor: Oh kijk we zijn niet de enige die vroeg zijn. Nee zei de rollator dame, maar ken jij die mensen? Nog nooit gezien zei de dame met de stok. Mijn collega stond op, stelde zich voor en vroeg de dames waar ze voor kwamen. Voor een crematie maar we zijn veel te vroeg en we weten niet in welke aula we moeten zijn. Ik ga het even voor u nakijken en kom dan zo bij u terug zei mijn collega. De dames zouden wachten. Opnieuw keken ze om zich heen en zagen mij toen zitten en vroegen weer aan elkaar wie ik toch was. Wat was ik van de overledene geweest?

Het was best logisch dat ze dat dachten want ik heb geen bedrijfskleding aan en ben als zodanig niet herkenbaar. Ik stond dus op en ging de dames vertellen dat ook ik een werknemer was en dat mijn collega zo terug zou komen. Dat deed hij ook en hij vertelde de dames dat ze in de goede ruimte waren, dat over een uur daar de plechtigheid zou beginnen. We hielpen de dames uit hun natte jassen en vroegen of ze koffie wilden. Dat wilden ze wel en ik kreeg twee witte rozen in mijn handen gedrukt, want als ik daar toch werkte dan zou ik vast wel willen zorgen dat die rozen straks naast de kist zouden liggen. Ik beloofde ze dat het voor elkaar kwam en begeleidde de dames naar een tafel met uitzicht op de nog steeds troosteloze vijver en ruimde mijn papieren op. Zo makkelijk kwam ik niet weg want nu ze daar comfortabel aan de koffie zaten was het tijd voor een praatje en ze vertelde dat ze zenuwachtig waren voor het afscheid, maar dat het wel een mooi ingerichte ruimte was waar ze zaten.

Nu vind ik het altijd ongemakkelijk om te vragen hoe goed ze de overledene gekend hebben en dus knikte ik en luisterde verder. Daar was al het hele verhaal over de broer van wie deze zussen nu toch afscheid moesten nemen en daar waren de tranen. Gelukkig kon ik ze een tissue bieden en wenste ze sterkte bij het afscheid straks. De zussen depten de betraande ogen, hielden elkaars gerimpelde handen vast en zeiden in koor dat ze dat zouden doen. Het zou allemaal wel gaan, zeker nu ze weliswaar te vroeg, maar wel lekker droog zaten en de koffie was ook lekker. Of ik nog wel aan de bloemen had gedacht, want die moeten echt naast de kist mevrouw. Ik verzekerde ze dat het allemaal in orde zou komen en dat mijn collega's overal voor zouden zorgen.

Onze laatste sollicitant zat inmiddels al te wachten dus ik moest naar de andere ruimte voor dat gesprek, maar ach wat had ik te doen met deze zussen die daar door de regen waren geschuifeld om afscheid te nemen van hun broer.

Een uurtje later  toen ik terug naar Almere ging zag ik dat de dames werden opgehaald door een taxi. Ik hoop maar dat het een mooi afscheid was en dat de rozen op de goede plek lagen.

Inmiddels was de zon doorgebroken en zag de wereld er een stuk vrolijker uit. Toen ik vanavond thuis kwam ging ik snel aan de kook want mijn vader en mijn neefje van 9 kwamen eten. Nu vind ik mijn  neef een van de allerleukste jongetjes van 9 die ik ken. Ik hou vreselijk veel van hem en dat mag als tante. Het is een lekker joch met een gezellige babbel en een opgeruimd vrolijk, maar nuchter karakter.  We waren een beetje aan het dollen en hij schaterde het uit toen hij me een kleine poets had gebakken. Na het eten ging hij samen met mijn man naar de voetbalwedstrijd kijken van Nederland tegen Luxemburg. Languit op de grond voor de televisie gelegen voorzag hij de wedstrijd van commentaar en moedigde Nederland fanatiek aan. Ik genoot!

Wat een contrasten vandaag! Regen en Zon, Oud en Jong en Tranen en een Lach! Mooi toch?




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen