Via mijn telefoon toch nog een foto van de klompen!
zondag 31 januari 2016
Borduurtje
Dit keer mocht ik een paar klompen borduren voor de Regenboogkussens. Helaas lukt het me niet meer om een foto te plaatsen van de klompen. :-(
Het verzoek was Oud Hollandse taferelen en toen bleek dat de tulpen al vergeven waren heb ik me op de klompen gestort. Het patroon kreeg ik in de mailbox van een medeborduurster.
Het is niet alleen leuk om te borduren maar de samenwerking met een aantal dames die je helemaal niet kent en met wie je alleen contact hebt per mail of via de Regenboogsite, is ook heel leuk. Als je om een patroontje verlegen zit hoef je maar te kikken en hup het zit al bijna in je mailbox. Zo gezellig. Het kussen voor Cockie was een spoedkussen omdat deze mevrouw ernstig ziek is. Ik hoop dan maar dat onze borduursels snel verwerkt kunnen worden tot een mooi kussen en dat ze er nog van kan genieten.
Ondertussen ga ik weer verder met de trui voor de Keniaanse kleuter. Dat is een project waar geen eind aan lijkt te komen. Toch heb ik nu voor- en achterpand af en een groot gedeelte van de eerste mouw. Nu zijn die niet zo groot voor een kleuter dus even stug doorbreien en dan kan ook deze trui opgestuurd worden.
Eigenlijk wil ik hem wel graag af hebben want over twee weken begint mijn haak cursus in Amsterdam. Daar heb ik heel erg zin in en dan zal er van breien ook niet veel komen. Dus maar flink aan de bak.
Ondertussen zag ik op pinterest alweer een schattig borduurpatroon van een boekenlegger in Oud Hollandse stijl. Ik moest direct aan mijn nichtje denken. Zij is elf en dol op Ik hou van Holland en gaat naar de middelbare school in september. Ze krijgt interesse in handwerken want steeds vaker komt ze mijn borduurtjes bewonderen en wil ze weten hoe het werkt. Zelf is ze bezig met een muts te breien op zo'n breiring. Echt een leuk ding maar het schiet niet erg op. Ik was al een plannetje aan het maken om voor haar die boekenlegger te borduren voor haar verjaardag. Maar nu eerst die kleutertrui af. Hup aan de brei...........
donderdag 28 januari 2016
Bejaard!
Soms zit het leven mee en soms zit het leven tegen. Dat is altijd al zo geweest en dat zal altijd zo blijven. Nu zit er natuurlijk een hoop verschil in tegenslag. Je hebt tegenslag en tegenslag. Tegenslag wat een hoop ellende en verdriet met zich meebrengt en tegenslag wat vervelend is, maar ach je moet er maar mee leren leven. En je berust er in en gaat weer verder waar je mee bezig bent. Niks aan te doen. Punt uit!
Zulk tegenslag ondervond ik afgelopen week. Kon ik de ene dag nog moeiteloos mijn oude laptop opstarten en gezellig mijn blog schrijven en de stukjes van mijn medebloggers lezen, de andere dag was dat ineens voorbij. Ik begreep er niks van, ik had toch niet per ongeluk met mijn vingers aan de verkeerde knoppen gezeten? Ik kon het me niet herinneren.
Nu weet ik wel dat mijn laptopje eigenlijk een bejaard opaatje is. Hij is geboren in 2006 en dat schijnt in laptop land hoog bejaard te zijn. Maar goed ook hoog bejaarden hebben zo hun kwaliteiten en kunnen het nog prima doen. Het was niet zo dat hij het loodje had gelegd hoor, hij liet me nog prima zien wat voor weer het werd en of er veel regen aankwam en ook een kijkje op Facebook ging, alhoewel wat trager, nog best goed.
Maar even bloggen en bijlezen was er dus niet meer bij. Heel ongezellig en natuurlijk was zoonlief net een weekendje van huis. Zoonlief is namelijk met computergenen geboren en hij hoeft er meestal alleen maar naar te kijken, streelt eens liefdevol met zijn hand over de patiënt en de boel doet het weer. Nu dus niet.
Het had geen zin om me hierover op te winden. Typisch gevalletje van (lichte) tegenslag waar niets aan te doen is en waar je dus maar in moet berusten. Even naar de winkel snellen om een nieuw laptopje in te slaan zat er niet in. Laptops benne dure dingen en daar moet eerst een spaarvarken voor worden gevuld.
Vanavond was zoonlief weer eens gezellig thuis met het eten en toen ik na het eten aan hem vroeg of hij eens mee wilde denken over de aanschaf van een nieuw laptopje voor niet al te veel geld, zei hij, wat is er dan aan de hand met je laptop.
Na mijn verhaal te hebben gedaan pakte hij de bejaarde liefdevol op, toetste voorzichtig iets in en na een paar minuten zei hij, zo je kunt weer bloggen want ik heb er een andere browser voor je opgezet. Nou is zo'n kind nu niet handig. Natuurlijk weet ik dat het afscheid van dit opaatje steeds dichterbij komt en dat ik mijn spaarvarken echt moet gaan spekken, maar voorlopig kan dit opaatje nog wel even mee en kan ik mijn onzin weer delen.
Zulk tegenslag ondervond ik afgelopen week. Kon ik de ene dag nog moeiteloos mijn oude laptop opstarten en gezellig mijn blog schrijven en de stukjes van mijn medebloggers lezen, de andere dag was dat ineens voorbij. Ik begreep er niks van, ik had toch niet per ongeluk met mijn vingers aan de verkeerde knoppen gezeten? Ik kon het me niet herinneren.
Nu weet ik wel dat mijn laptopje eigenlijk een bejaard opaatje is. Hij is geboren in 2006 en dat schijnt in laptop land hoog bejaard te zijn. Maar goed ook hoog bejaarden hebben zo hun kwaliteiten en kunnen het nog prima doen. Het was niet zo dat hij het loodje had gelegd hoor, hij liet me nog prima zien wat voor weer het werd en of er veel regen aankwam en ook een kijkje op Facebook ging, alhoewel wat trager, nog best goed.
Maar even bloggen en bijlezen was er dus niet meer bij. Heel ongezellig en natuurlijk was zoonlief net een weekendje van huis. Zoonlief is namelijk met computergenen geboren en hij hoeft er meestal alleen maar naar te kijken, streelt eens liefdevol met zijn hand over de patiënt en de boel doet het weer. Nu dus niet.
Het had geen zin om me hierover op te winden. Typisch gevalletje van (lichte) tegenslag waar niets aan te doen is en waar je dus maar in moet berusten. Even naar de winkel snellen om een nieuw laptopje in te slaan zat er niet in. Laptops benne dure dingen en daar moet eerst een spaarvarken voor worden gevuld.
Vanavond was zoonlief weer eens gezellig thuis met het eten en toen ik na het eten aan hem vroeg of hij eens mee wilde denken over de aanschaf van een nieuw laptopje voor niet al te veel geld, zei hij, wat is er dan aan de hand met je laptop.
Na mijn verhaal te hebben gedaan pakte hij de bejaarde liefdevol op, toetste voorzichtig iets in en na een paar minuten zei hij, zo je kunt weer bloggen want ik heb er een andere browser voor je opgezet. Nou is zo'n kind nu niet handig. Natuurlijk weet ik dat het afscheid van dit opaatje steeds dichterbij komt en dat ik mijn spaarvarken echt moet gaan spekken, maar voorlopig kan dit opaatje nog wel even mee en kan ik mijn onzin weer delen.
zondag 17 januari 2016
Bramenjam en erwtensoep!
Het was een nostalgisch dagje gisteren. Want mijn nichtje van 11 kwam bramenjam koken. Ze had ze dit najaar zelf geplukt en wilde daar toen meteen al jam van koken, maar omdat ze een nogal drukke agenda had met paardrij- en zwemwedstrijden kwam het er maar niet van. Die bramen blijven natuurlijk niet eeuwig goed dus had ik haar geadviseerd om ze in de vriezer te stoppen tot het moment dat zij en ik ook natuurlijk daar tijd voor hadden. Dat was gisteren. Mijn broer die zag zijn kans schoon en vroeg of ik dan niet een lekker pannetje erwtensoep kon maken.
Elke familie heeft zo zijn eigen tradities. Wij hebben er vele maar bramen plukken en er zelf jam van maken is er eentje van (vroeger plukte ik met mijn broer de bramen en maakte ik er met mijn moeder en oma jam van) en samen erwtensoep eten is ook zo'n traditie. Elk jaar in januari zocht mijn moeder het bruine snertketeltje op en stond ze twee dagen groenten te snijden en in de soep te roeren. Dat keteltje had nogal een dunne bodem en als ze niet steeds roerde dan brandde de boel aan. Voordat ze aan de slag ging kreeg de hele familie te horen dat er dat weekend erwtensoep was, met roggebrood en katenspek en wie zin had in een bordje schoof gewoon lekker aan.
Zulke tradities moet je in ere houden dus stond ik vrijdagavond achter het fornuis om van de, van een hamschijf getrokken, bouillon een lekkere pan erwtensoep te maken. Het bruine snertketeltje van mijn moeder is niet meer aan de orde, ik doe dat gewoon in mijn eigen grootste pan. Ik heb nl geen tijd om de hele dag maar in de soep te roeren. Dat proef je uiteindelijk wel, mijn soep is dan ook minder lekker dan die van mijn mams, maar ik kon vrijdag moeilijk een pan snert meenemen naar een uitvaartcentrum en die daar ergens op een laag pitje zetten en dan tegen mijn sollicitanten zeggen: sorry ik moet even roeren. Dat zou een tikkie raar zijn.
Eigenlijk is het ook maar goed dat mijn soep toch een tikkeltje anders smaakt dan die van mijn moeder, want zo behoudt zij haar credits voor haar soep. En die van mij was ook best lekker.
Het was dus een drukte van belang in mijn kleine keukentje. Naast de grote pan met soep stond gebroederlijk een kleinere pan met daarin de kokende bramenbrij. Mmm wat rook dat lekker. Vorig jaar hadden nichtje en ik ook jam gemaakt maar daar hadden wij nogal wat kritiek op gehad. Een veelgehoorde klacht was dat er pitjes in zaten. Duh, in bramen zitten nu eenmaal pitjes en die zijn helemaal gezond. Maar nee dit jaar moest het jam worden zonder pitjes. Dus stroopten nicht en ik de mouwen op, deden de schorten voor en zeefden de kokende bramen. Dat is nog best een klus om die bramen door een zeef te drukken. Die willen dat helemaal niet en verzetten zich hevig. Gelukkig heeft mijn nichtje door al dat zwemmen flinke spierballen en werden de bramen zonder pardon door de zeef geduwd.
Een prachtige, dieprode, glanzende gelei was het resultaat. Met de jamtrechter vulden we de potjes en lieten deze op de kop afkoelen. Tevreden bekeken wij het resultaat. Daar was de familie al en met zijn allen gingen we aan de snert.
Mijn vader kreeg een potje jam mee en nicht nam trots een paar potjes mee en ik mocht ook wat houden. De hele familie voldaan en tevreden. Wat wil een mens nog meer.
Nou toen ik vanmorgen beneden kwam en wat croissantjes in de oven deed om de nieuwe jam te proeven keek ik eens goed rond in het heldere daglicht. Mijn keuken die normaal gesproken wit is met een donkergrijs aanrechtblad en achterwand was ineens wat kleurrijker. Overal zaten kleine spettertjes bramenjam. Dat kwam natuurlijk van ons driftig gezeef. Er zit niks anders op, vandaag moet er gesopt worden. Maar goed dat was vroeger thuis na het jam koken ook vaste prik en nu dan ook. Pure nostalgie dus!
Elke familie heeft zo zijn eigen tradities. Wij hebben er vele maar bramen plukken en er zelf jam van maken is er eentje van (vroeger plukte ik met mijn broer de bramen en maakte ik er met mijn moeder en oma jam van) en samen erwtensoep eten is ook zo'n traditie. Elk jaar in januari zocht mijn moeder het bruine snertketeltje op en stond ze twee dagen groenten te snijden en in de soep te roeren. Dat keteltje had nogal een dunne bodem en als ze niet steeds roerde dan brandde de boel aan. Voordat ze aan de slag ging kreeg de hele familie te horen dat er dat weekend erwtensoep was, met roggebrood en katenspek en wie zin had in een bordje schoof gewoon lekker aan.
Zulke tradities moet je in ere houden dus stond ik vrijdagavond achter het fornuis om van de, van een hamschijf getrokken, bouillon een lekkere pan erwtensoep te maken. Het bruine snertketeltje van mijn moeder is niet meer aan de orde, ik doe dat gewoon in mijn eigen grootste pan. Ik heb nl geen tijd om de hele dag maar in de soep te roeren. Dat proef je uiteindelijk wel, mijn soep is dan ook minder lekker dan die van mijn mams, maar ik kon vrijdag moeilijk een pan snert meenemen naar een uitvaartcentrum en die daar ergens op een laag pitje zetten en dan tegen mijn sollicitanten zeggen: sorry ik moet even roeren. Dat zou een tikkie raar zijn.
Eigenlijk is het ook maar goed dat mijn soep toch een tikkeltje anders smaakt dan die van mijn moeder, want zo behoudt zij haar credits voor haar soep. En die van mij was ook best lekker.
Het was dus een drukte van belang in mijn kleine keukentje. Naast de grote pan met soep stond gebroederlijk een kleinere pan met daarin de kokende bramenbrij. Mmm wat rook dat lekker. Vorig jaar hadden nichtje en ik ook jam gemaakt maar daar hadden wij nogal wat kritiek op gehad. Een veelgehoorde klacht was dat er pitjes in zaten. Duh, in bramen zitten nu eenmaal pitjes en die zijn helemaal gezond. Maar nee dit jaar moest het jam worden zonder pitjes. Dus stroopten nicht en ik de mouwen op, deden de schorten voor en zeefden de kokende bramen. Dat is nog best een klus om die bramen door een zeef te drukken. Die willen dat helemaal niet en verzetten zich hevig. Gelukkig heeft mijn nichtje door al dat zwemmen flinke spierballen en werden de bramen zonder pardon door de zeef geduwd.
Een prachtige, dieprode, glanzende gelei was het resultaat. Met de jamtrechter vulden we de potjes en lieten deze op de kop afkoelen. Tevreden bekeken wij het resultaat. Daar was de familie al en met zijn allen gingen we aan de snert.
Mijn vader kreeg een potje jam mee en nicht nam trots een paar potjes mee en ik mocht ook wat houden. De hele familie voldaan en tevreden. Wat wil een mens nog meer.
Nou toen ik vanmorgen beneden kwam en wat croissantjes in de oven deed om de nieuwe jam te proeven keek ik eens goed rond in het heldere daglicht. Mijn keuken die normaal gesproken wit is met een donkergrijs aanrechtblad en achterwand was ineens wat kleurrijker. Overal zaten kleine spettertjes bramenjam. Dat kwam natuurlijk van ons driftig gezeef. Er zit niks anders op, vandaag moet er gesopt worden. Maar goed dat was vroeger thuis na het jam koken ook vaste prik en nu dan ook. Pure nostalgie dus!
woensdag 13 januari 2016
Borduurtje
Ik had er eentje in de tuin, die elke winter in zijn uppie door de tuin scharrelde en alle kruimeltjes opruimde die de mussen en de mezen knoeiden. Maar helaas ook deze tuinvriend is na de renovatie niet meer teruggekeerd. Spijtig, zeker omdat hij me altijd zo lief aanstaarde met zijn zwarte kraaloogjes en ik heel veel van hem hield. Snif........
Maar toen kwam er een oproepje bij de Regenboogkussens voor Alie. Alie houdt van vogels en in het bijzonder van roodborstjes. Dus gaf ik me op om voor Alie een roodborstje te borduren. En zo geschiedde. Morgen vliegt hij naar de Regenboogkussendame die dit kussen in elkaar zet en zie ik hem ook niet meer terug. Gelukkig hebben we de foto's en ik hoop dat hij Alie heel erg blij gaat maken. Ik heb hem in elk geval met plezier gemaakt!
Maar toen kwam er een oproepje bij de Regenboogkussens voor Alie. Alie houdt van vogels en in het bijzonder van roodborstjes. Dus gaf ik me op om voor Alie een roodborstje te borduren. En zo geschiedde. Morgen vliegt hij naar de Regenboogkussendame die dit kussen in elkaar zet en zie ik hem ook niet meer terug. Gelukkig hebben we de foto's en ik hoop dat hij Alie heel erg blij gaat maken. Ik heb hem in elk geval met plezier gemaakt!
dinsdag 12 januari 2016
Zwanen en Billen
Voor mijn verjaardag, begin november, kreeg ik twee kaartjes voor de voorstelling het Zwanenmeer in Koninklijk Theater Carré! Dat was pure verwennerij, want zelf zou ik daar nooit kaartjes voor kopen, alhoewel ik graag naar het theater ga. Maar zo'n balletvoorstelling is andere koek. Nu kende ik het verhaal van het Zwanenmeer en ik vind de muziek prachtig en in dit ballet wordt natuurlijk opgetreden met prachtige kostuums. Het zou dan ook vast wel goed komen.
En het kwam goed, want gisteravond was het eindelijk zover. Nu is theater Carré voor ons bijna een thuiswedstrijd. We zouden het in principe op de fiets kunnen doen, maar manlief werkt daar in de buurt en dus namen dochter en ik de metro en de tram, visten mijn man uit zijn werk, namen een trammetje voor een paar haltes, liepen de gracht af langs de prachtige verlichte Amstel en voila daar waren we al bij Carré.
Om het uitgestelde verjaarsuitje compleet te maken had manlief besloten dat we vooraf maar een hapje moesten eten in de stad. Wel een beetje in de buurt want zoveel tijd voor de voorstelling hadden we nu ook weer niet. Vlak om de hoek had ik gereserveerd in een restaurantje op advies van een collega die daar onlangs voor een bezoek aan Carré ook een vorkje had geprikt. Het eten was lekker, de bediening was goed en ruim op tijd hadden we de buikjes vol om het mooie Carré binnen te stappen.
Daar gaven we de jassen af bij de garderobe en zochten onze plaatsen op. Nu zijn we wel eens vaker in Carré geweest, maar nog nooit had ik op het balkon gezeten en brr dat was hoog. Zeker voor iemand met hoogtevrees, maar eerlijk is eerlijk we hadden een prachtig vrij uitzicht op het toneel.
Het orkest was aan het inspelen, het hoofd van de dirigent piepte net boven het toneel uit terwijl hij driftig met zijn stokje stond te zwaaien en in de zaal gonsde het prettige geroezemoes van mensen die zin hebben in hun avondje uit.
Altijd leuk om zo'n zaal dan eens even goed te bekijken en wat voor publiek er zit. Ik had verwacht dat het overgrote deel alleen maar dames waren en dat mijn echtgenoot sterk in de minderheid zou zijn, maar dat viel mee. Ik zag toch echt heel veel mannen zitten en niet eens met zo'n lamlendige, zielige blik van kijk mij eens meegesleept zijn door mijn vrouw. Nee hoor ze hadden er allemaal zin in.
De lichten doofden, het orkest begon te spelen en na enige tijd ging het doek open en daar waren ze; de ballerina's en balletdansers uit Oekraine. Een prachtig decor en hele mooie kostuums. Wat mij verbaasde was dat er ook heel veel balletdansers op het podium stonden. Ik weet niet of u het verhaal kent van het Zwanenmeer (google anders even) maar het is natuurlijk een prachtig, romantisch en ook dramatisch liefdesverhaal waar een prins en een tovenaar in voorkomen. Dus twee mannen had ik verwacht, maar niet zoveel. Waarschijnlijk leeft het ballet voor mannen in Oekraïne dus veel meer.
Nou en die mannen mochten er zijn hoor, tjonge jonge. Waar de ballerina's allemaal frele en met knappe poppegezichtjes in mooie tutu's hun dansen deden, waren de heren wat stoerder gekleed. In een buis, de prins natuurlijk de mooiste en, hoe kan het ook anders, in een witte maillot. Behalve de tovenaar, die droeg een zwarte maillot. Slanke, gespierde mannen met bilpartijen waar je u tegen zegt.
Het werd een mooie avond daar aan de Amstel. We hebben genoten, maar zoals aan alle goede dingen ook aan deze voorstelling kwam een einde. De dansers namen het applaus in ontvangst, de wel hele kleine dirigent klauterde ook het podium op en kreeg ook zijn applaus, maar op een gegeven moment ging toch het doek dicht en de lichten in de zaal weer aan. We stommelden met zijn allen de trap af, haalden de jassen uit de garderobe en liepen naar buiten. De miezerregen in, langs de gracht naar de tramhalte.
Achter ons liepen twee jonge vrouwen. Ook zij hadden genoten, maar zo riep de een nogal luid vanonder haar capuchon, die prins vond ik niks. Huh, hoezo niks dacht ik en ik spitste mijn oren. Hoezo vroeg haar vriendin, was toch een goeie jongen die mooi kon dansen. Ik had ook best wel even in zijn armen willen liggen en door hem opgetild willen worden. Jaja zij de capuchon hij danste ook wel goed maar ik vond zijn billen niks. Je vond zijn billen niks gilde de dromerige vriendin. Meid je bent gek, die knul had prachtige kadetten.
Ik was het helemaal met haar eens!
zondag 10 januari 2016
Visvorm
Vroeger werd er thuis op zondag iets extra lekkers of luxe gekookt. Dat hield vooral in dat er wat luxer vlees en groenten waren, zoals bijvoorbeeld witlof of snijboontjes. Vandaag de dag zijn snijbonen en witlof geen dure en dus luxe groenten meer, maar toen ik klein was nog wel. Bijzonder eigenlijk. In plaats van de doordeweekse vanillevla of yoghurt werd er op zondag vaak pudding gekookt.
Ik vond het vaak al leuk om te helpen met de snijboontjes door de molen te jagen maar met het koken van de pudding was ik er helemaal als de kippen bij. Want als de gekookte pudding in de schaaltjes of in de puddingvorm gegoten werd dan bleef er altijd wel een laagje achter in de pan en die moest natuurlijk worden uitgelikt. Nu daar offerde ik me graag voor op.
Mijn moeder had een puddingvorm in de vorm van een vis. Als ze daar de pudding in had gemaakt en deze op een bord had gestort kregen mijn broer, zus en ik altijd ruzie. Want de staart van de vis was veel dunner dan de kop van de vis, om over het dikke middenstuk maar niet te spreken. Mijn moeder moest er een hele administratie voor bijhouden om de gemoederen te sussen en om eerlijk bij te houden wie de kop, staart of middenstuk kreeg. Opeens was ze het zat en maakte ze de pudding alleen nog maar in een glazen schaaltje, zodat iedereen zijn eigen schaaltje kreeg en er niets meer te zeuren viel.
Dat was ijdele hoop want toen maakten we weer ruzie wie na het slagroomkloppen de gardes af mocht likken. Een mixer heeft er maar twee en waren met drie kinderen thuis. Het is nog een wonder dat mijn moeder niet gillend gek is geworden met zulke kinderen en dat ze toch de zondagse pudding bleef koken. Althans volgens mij heeft ze nooit meer pudding gekookt toen wij het huis uit waren. Toen kwamen er weer andere toetjes in de mode.
Vorige maand maakte ik voor de kerstlunch op kantoor een zalmmousse. Het leek me leuk om dat beest op te dienen in de vorm van een vis en toen ik aan het bedenken was hoe dat te realiseren dacht ik ineens aan de visvorm van mijn mams. Zou die vorm er nog zijn? Dus mijn vader gebeld en die wist direct waar ik het over had en de vorm was er nog, ergens ver achter in een kast en ik mocht hem niet alleen lenen ik mocht hem ook houden. Nu hebben mijn broer en zus waarschijnlijk ook mooie herinneringen aan onze zondagse puddingfestijnen dus ik wilden hem niet zomaar zonder overleg erven, maar alle partijen vonden dat hij bij mij mocht wonen.
Na het beeldig opdienen van mijn zalmmousse staat hij nu bij mij in de kast en omdat we vandaag een nogal klassiek zondagsmaaltje hadden (gegrilde kip, gebakken aardappels, doperwten en stoofperen) vond ik eigenlijk dat er ook een klassiek toetje bij moest. Chocoladepudding uit de visvorm!
Nu kun je chocoladepudding heel gemakkelijk zelf maken van wat cacao, suiker en maizena en een halve liter melk, maar om het nostalgische gevoel vast te houden ging ik bij de grootgrutter op zoek naar een pakje pudding. En warempel daar stond het gewoon in het schap. Precies dezelfde als vroeger. Alsof er geen 40 jaar is verstreken.
Ik kookte de pudding vanmorgen, goot hem in de visvorm, liet hem afkoelen en opstijven in de koelkast. Vanavond na het eten riep ik triomfantelijk tegen mijn gezin, mama heeft ook nog een toetje gemaakt. En daar kwam ik al aanzetten met mijn vis. Het gezin wierp een blik in de vis en vroeg, wat is dat? Chocoladepudding, schatten, en ik stortte met een ferme zwaai de pudding uit de vorm op een bord. Die drilde nog wat na en bleef toen van schrik stil liggen. Het valt natuurlijk ook niet mee om als puddingvis te worden aangestaard. Ik verwachte ook hier een beetje mot over de kop en de staart, maar niks hoor. Geheel in pais en vree is de puddingvis in diverse magen verdwenen. Wat de tijd al niet kan doen!
Ik vond het vaak al leuk om te helpen met de snijboontjes door de molen te jagen maar met het koken van de pudding was ik er helemaal als de kippen bij. Want als de gekookte pudding in de schaaltjes of in de puddingvorm gegoten werd dan bleef er altijd wel een laagje achter in de pan en die moest natuurlijk worden uitgelikt. Nu daar offerde ik me graag voor op.
Mijn moeder had een puddingvorm in de vorm van een vis. Als ze daar de pudding in had gemaakt en deze op een bord had gestort kregen mijn broer, zus en ik altijd ruzie. Want de staart van de vis was veel dunner dan de kop van de vis, om over het dikke middenstuk maar niet te spreken. Mijn moeder moest er een hele administratie voor bijhouden om de gemoederen te sussen en om eerlijk bij te houden wie de kop, staart of middenstuk kreeg. Opeens was ze het zat en maakte ze de pudding alleen nog maar in een glazen schaaltje, zodat iedereen zijn eigen schaaltje kreeg en er niets meer te zeuren viel.
Dat was ijdele hoop want toen maakten we weer ruzie wie na het slagroomkloppen de gardes af mocht likken. Een mixer heeft er maar twee en waren met drie kinderen thuis. Het is nog een wonder dat mijn moeder niet gillend gek is geworden met zulke kinderen en dat ze toch de zondagse pudding bleef koken. Althans volgens mij heeft ze nooit meer pudding gekookt toen wij het huis uit waren. Toen kwamen er weer andere toetjes in de mode.
Vorige maand maakte ik voor de kerstlunch op kantoor een zalmmousse. Het leek me leuk om dat beest op te dienen in de vorm van een vis en toen ik aan het bedenken was hoe dat te realiseren dacht ik ineens aan de visvorm van mijn mams. Zou die vorm er nog zijn? Dus mijn vader gebeld en die wist direct waar ik het over had en de vorm was er nog, ergens ver achter in een kast en ik mocht hem niet alleen lenen ik mocht hem ook houden. Nu hebben mijn broer en zus waarschijnlijk ook mooie herinneringen aan onze zondagse puddingfestijnen dus ik wilden hem niet zomaar zonder overleg erven, maar alle partijen vonden dat hij bij mij mocht wonen.
Na het beeldig opdienen van mijn zalmmousse staat hij nu bij mij in de kast en omdat we vandaag een nogal klassiek zondagsmaaltje hadden (gegrilde kip, gebakken aardappels, doperwten en stoofperen) vond ik eigenlijk dat er ook een klassiek toetje bij moest. Chocoladepudding uit de visvorm!
Nu kun je chocoladepudding heel gemakkelijk zelf maken van wat cacao, suiker en maizena en een halve liter melk, maar om het nostalgische gevoel vast te houden ging ik bij de grootgrutter op zoek naar een pakje pudding. En warempel daar stond het gewoon in het schap. Precies dezelfde als vroeger. Alsof er geen 40 jaar is verstreken.
Ik kookte de pudding vanmorgen, goot hem in de visvorm, liet hem afkoelen en opstijven in de koelkast. Vanavond na het eten riep ik triomfantelijk tegen mijn gezin, mama heeft ook nog een toetje gemaakt. En daar kwam ik al aanzetten met mijn vis. Het gezin wierp een blik in de vis en vroeg, wat is dat? Chocoladepudding, schatten, en ik stortte met een ferme zwaai de pudding uit de vorm op een bord. Die drilde nog wat na en bleef toen van schrik stil liggen. Het valt natuurlijk ook niet mee om als puddingvis te worden aangestaard. Ik verwachte ook hier een beetje mot over de kop en de staart, maar niks hoor. Geheel in pais en vree is de puddingvis in diverse magen verdwenen. Wat de tijd al niet kan doen!
Abonneren op:
Posts (Atom)




