Een moment van onbedachtzaamheid kan maken dat men jaren schreit! Nou zo erg is het nu ook weer niet maar ik wilde wel dat ik gister beter op mijn peertjes had gelet. Ik ben al een dag bezig (nou ja das ook weer overdreven) om de dikke aangebrande, zwarte koek uit mijn pannetje te krijgen.
Ik had ooit eens gelezen dat je de pan moest vullen met een laag water en dan met een vaatwastablet moest uitkoken op het gas. Dat leek te werken want toen ik na een kwartiertje in de pan loerde dreven er dikke, stukken zwarte derrie op het water. Een soort van zwarte soep. Ik liet het voor de zekerheid nog even wat langer koken en kieperde de pan om in de gootsteen.
Hmm het was wel wat minder maar nog steeds een dikke zwarte koek. Maar eens flink met een brillo sponsje te lijf. Ook dat leek wel iets te helpen, maar niet veel. Opnieuwe maar eens een vaatwastabletje en uitkoken, maar nee hoor het bleef zwart.
Het internet maar eens raadplegen en daar kwam ik de tip tegen om een laag schoonmaakazijn in de pan te doen en hem een nachtje weg te zetten. Vanavond kwam ik na het werk thuis en loerde in mijn pan. Nog steeds zwart. Nog geen vlokje dreef er in de azijn. Brr wat stinkt dat enorm.
Ik was zaterdag vergeten om een fles bakboter te kopen dus maar even naar de buurtsuper gelopen anders kon ik de ballen gehakt niet braden. Daar in de buurtsuper kocht ik staalwollen sponsjes, maakt elke pan in een mum van tijd schoon beloofde de verpakking, en ging voortvarend aan de slag.
Nou een half uur later en een paar afgeschuurde vingers later was de koek nog altijd niet minder. Optimistisch als ik ben dacht ik nog steeds niet aan het wegkieperen van de pan maar nam ik een scheut schuurmiddel en een nieuw stuk staalwol en begon te schuren of mijn leven er van af hing. Nu ben ik een huisvrouw van niks, maar dit zou in mijn genen moeten zitten. Tenslotte werden vroeger de pannen altijd geschuurd.
Of het nou aan die genen ligt of niet of aan de combinatie van brute kracht, staalwol en schuurmiddel de zwarte brij werd alras minder. Hoera. Alleen nu wil het laatste restje nog niet. Inmiddels ruikt de keuken naar bleek, mijn echtgenoot dacht dan ook dat hij een zwembad binnen was gestapt in plaats van zijn eigen huis en kon zijn lachen niet bedwingen toen hij mij daar met een rood hoofd mijn pannetje zag schuren. Zou je zo'n man niet? Mij een beetje uitlachen in plaats van blij te zijn met mijn zuinigheid om te schuren in plaats van een nieuwe pan te kopen. Jammer. Erg jammer.
Maar goed ik heb inmiddels ook geen vingers meer en niet alleen de keuken ruikt naar schuurmiddel met bleek, maar ik ook en de pan is nog steeds niet helemaal schoon. Er zitten nog steeds hardnekkige plekken in.
En nu twijfel ik, stoppen of toch maar verder schuren? Of misschien toch een andere methode. Voorlopig heb ik mijn pannetje maar even in de bijkeuken gezet in de hoop dat er vannacht een goede fee langskomt die mijn pannetje schoon schuurt. Maar dat zal wel niet. Zucht.
maandag 30 januari 2017
zondag 29 januari 2017
Werk in uitvoering
Een echte januari zondag, grauw, grijs en miezerig. Geen weer om er op uit te trekken. Kwam dat even goed uit, want nu kon ik deze zondag gewoon eens lekker besteden aan handwerken. Natuurlijk moest het huis gesopt, gestoft en gezogen en moesten er een aantal wassen in het machien, maar toen het huis spic en span was en de wasmachine fanatiek zijn rondjes draaide was het tijd voor mij!
Jammer was wel dat ik me extra werk op de hals haalde door een pan met stoofpeertjes aan te laten branden. Zonde van de peertjes en zonde van mijn pan want die krijg ik met de beste wil van de wereld niet meer schoon. Maar goed dat was van later zorg. Eerst maar eens een paar uurtjes fijn aan de handwerk.
Voor de regenboogkussens zou ik een uil borduren. Een patroon was zo gevonden en na een beetje gedoe met printen en vergroten kon ik aan de slag. Nadeel is dat er geen kleuren aangegeven stonden bij het patroon. Nu stik ik in de kleurtjes borduurzijde dus dat was het probleem niet, maar het uitzoeken van die kleurtjes wel, want ik ben door de week te laat thuis omdat nog bij daglicht te doen. Dat dus eerst maar eens aangepakt.
Op internet googelde ik het woord Uil, zocht op afbeeldingen en koos een uil uit die ik als kleurvoorbeeld kon gebruiken. Die beesten blijken nog enorm verschillend te zijn qua kleuren en indeling van het verenpak maar ik ben eruit. Het is best een gezellig werkje en besloot ook maar direct een beginnetje te maken want dan kan ik komende week s'avonds zo af en toe wat steekjes zetten. Ik heb een goede leeslamp dus dat lukt wel.
Vorige week, na het drukke verhuisweekend haakte ik het laatste lapje voor mijn deken. Vijfenveertig lapjes lagen dus geduldig te wachten om aaneengesmeed of geregen te worden. Het plan is om eerst de lapjes horizontaal aan elkaar te maken zodat er verticale banen ontstaan. Dan haak ik aan die banen een rand met twee rijen stokjes, zoals de boven en onderkant van de lapjes en dan maak ik die banen weer aan elkaar vast. Er moeten negen lapjes per baan aan elkaar vast.
Ook dat bleek van de week nogal een klusje bij het licht van mijn leeslamp. Lichte kleuren zijn geen probleem maar die zwarte randjes blijken toch lastig te zijn. Helemaal omdat ik het netjes aan elkaar wil hebben. Daarom legde ik meneer Uil, na een beginnetje te hebben gemaakt, maar even aan de kant en ging verder met de banen. Dat lukte bij daglicht veel beter. Ik ben dan ook lekker opgeschoten, zo tussen het gepiep van de wasmachine door die aldoor maar aandacht wil. Zucht.
Oorspronkelijk moesten de lapjes heel anders aan elkaar worden gezet, maar omdat dit niet paste, verzon ik dus een andere manier. Daarvoor had ik geen zwarte wol genoeg. Een mailtje naar de winkel waar ik alles had gekocht was zo gestuurd en jawel ze hadden tien bollen zwarte Roma van Scheepjes op voorraad en ze hadden het voor me weggelegd. Top service.
Nu hebben wij geen wolwinkel in het dorp en moet er dus voor goede wol altijd een eindje gereisd worden. Deze wolwinkel zit in Uithoorn en daar ben je toch zeker een klein halfuurtje mee zoet. Dat is helemaal niet erg want de rit gaat langs de Loosdrechtse- en Vinkeveense plassen en dat is prachtig. Zeker zoals gister met een klein zonnetje dat het winterse landschap bescheen en al helemaal omdat mijn man gezellig even mee ging en ik dus optimaal van het uitzicht kon genieten.
De wol lag klaar en ook borduurnaalden hadden ze volop. Niet alleen per pakje maar ook los. In zo'n winkel kan ik gerust een uurtje stukslaan, maar dat was gister niet aan de orde, want er moest elders ook nog een cadeautje worden gekocht voor mijn jarige broertje. Geeft niks want over anderhalve week is de handwerkbeurs en daar ga ik met vier collegavriendinnen naar toe en kan ik mijn hart nog ophalen.
Allemaal leuke dingen in het verschiet dus. Een uil en een deken en een bezoekje aan de handwerkbeurs. Het kan niet op.
Alleen nu nog die aangebrande stoofpeertjes pan schoon zien te krijgen. :-(
Jammer was wel dat ik me extra werk op de hals haalde door een pan met stoofpeertjes aan te laten branden. Zonde van de peertjes en zonde van mijn pan want die krijg ik met de beste wil van de wereld niet meer schoon. Maar goed dat was van later zorg. Eerst maar eens een paar uurtjes fijn aan de handwerk.
Voor de regenboogkussens zou ik een uil borduren. Een patroon was zo gevonden en na een beetje gedoe met printen en vergroten kon ik aan de slag. Nadeel is dat er geen kleuren aangegeven stonden bij het patroon. Nu stik ik in de kleurtjes borduurzijde dus dat was het probleem niet, maar het uitzoeken van die kleurtjes wel, want ik ben door de week te laat thuis omdat nog bij daglicht te doen. Dat dus eerst maar eens aangepakt.
Op internet googelde ik het woord Uil, zocht op afbeeldingen en koos een uil uit die ik als kleurvoorbeeld kon gebruiken. Die beesten blijken nog enorm verschillend te zijn qua kleuren en indeling van het verenpak maar ik ben eruit. Het is best een gezellig werkje en besloot ook maar direct een beginnetje te maken want dan kan ik komende week s'avonds zo af en toe wat steekjes zetten. Ik heb een goede leeslamp dus dat lukt wel.
Vorige week, na het drukke verhuisweekend haakte ik het laatste lapje voor mijn deken. Vijfenveertig lapjes lagen dus geduldig te wachten om aaneengesmeed of geregen te worden. Het plan is om eerst de lapjes horizontaal aan elkaar te maken zodat er verticale banen ontstaan. Dan haak ik aan die banen een rand met twee rijen stokjes, zoals de boven en onderkant van de lapjes en dan maak ik die banen weer aan elkaar vast. Er moeten negen lapjes per baan aan elkaar vast.
Ook dat bleek van de week nogal een klusje bij het licht van mijn leeslamp. Lichte kleuren zijn geen probleem maar die zwarte randjes blijken toch lastig te zijn. Helemaal omdat ik het netjes aan elkaar wil hebben. Daarom legde ik meneer Uil, na een beginnetje te hebben gemaakt, maar even aan de kant en ging verder met de banen. Dat lukte bij daglicht veel beter. Ik ben dan ook lekker opgeschoten, zo tussen het gepiep van de wasmachine door die aldoor maar aandacht wil. Zucht.
Oorspronkelijk moesten de lapjes heel anders aan elkaar worden gezet, maar omdat dit niet paste, verzon ik dus een andere manier. Daarvoor had ik geen zwarte wol genoeg. Een mailtje naar de winkel waar ik alles had gekocht was zo gestuurd en jawel ze hadden tien bollen zwarte Roma van Scheepjes op voorraad en ze hadden het voor me weggelegd. Top service.
Nu hebben wij geen wolwinkel in het dorp en moet er dus voor goede wol altijd een eindje gereisd worden. Deze wolwinkel zit in Uithoorn en daar ben je toch zeker een klein halfuurtje mee zoet. Dat is helemaal niet erg want de rit gaat langs de Loosdrechtse- en Vinkeveense plassen en dat is prachtig. Zeker zoals gister met een klein zonnetje dat het winterse landschap bescheen en al helemaal omdat mijn man gezellig even mee ging en ik dus optimaal van het uitzicht kon genieten.
De wol lag klaar en ook borduurnaalden hadden ze volop. Niet alleen per pakje maar ook los. In zo'n winkel kan ik gerust een uurtje stukslaan, maar dat was gister niet aan de orde, want er moest elders ook nog een cadeautje worden gekocht voor mijn jarige broertje. Geeft niks want over anderhalve week is de handwerkbeurs en daar ga ik met vier collegavriendinnen naar toe en kan ik mijn hart nog ophalen.
Allemaal leuke dingen in het verschiet dus. Een uil en een deken en een bezoekje aan de handwerkbeurs. Het kan niet op.
Alleen nu nog die aangebrande stoofpeertjes pan schoon zien te krijgen. :-(
vrijdag 27 januari 2017
Thermosokken
Gisteravond moesten mijn man en ik een boodschap doen in Amsterdam. Terwijl mijn man naar de parkeerautomaat liep stond ik al wachtend een beetje voor me uit te dromen en naar de winkels te kijken die open waren en waar mondjesmaat publiek aanwezig was. Ik had natuurlijk beter in de auto kunnen blijven zitten want nu stond ik toch een beetje te vernikkelen in winterjas. Het was behoorlijk koud.
Er passeerde een man. Een beetje sjofele man met een groezelige baard. Of eigenlijk groezelig kon ik niet zien, want het was donker, maar wel een warrige baard. De man liep zachtjes in zichzelf te zingen en toen hij mij zag riep hij: mevrouw ik ben zo blij met mijn nieuwe sokken!
Ik zei dat ik het fijn vond dat hij zo blij was met zijn nieuwe sokken. Ja, zei hij, heel blij met mijn nieuwe thermosokken, want nu heb ik geen koude voeten meer. Twee weken lang had ik geen sokken en dat was koud hoor mevrouw. Dat geloofde ik meteen, want mijn tenen lagen er al zowat half af van de kou terwijl ik laarsjes droeg en amper vijf minuten op straat stond.
Wat kun je dan blij zijn met iets kleins, vervolgde de man en keek me afwachtend aan. Wie het kleine niet eert is het grote niet weert mevrouw. Nu zie ik dat u nog niet zo oud bent (oef opluchting) maar uw opa en oma zullen u toch ook wel verteld hebben dat je blij moet zijn met kleine dingen.
Absoluut, vertelde ik hem en niet alleen mijn opa en oma maar ook mijn ouders hebben me dat altijd geleerd. Wat fijn dat u dat ook vindt, zei de man, want er zijn mensen mevrouw, die het maar gek vinden als je blij bent met je nieuwe sokken. En nog wel thermosokken. Nou ik ga maar eens verder en wens u nog een fijne avond. He wat ben ik blij met mijn sokken riep hij nog en liep vervolgens de straat uit. Ik wenste hem ook een fijne avond en hoopte dat mijn man op zou schieten bij die automaat en terug zou komen voor ik vastgevroren op straat stond.
In het licht van de straatlantaarns zag ik de man weglopen en zag dat zijn jas ook betere tijden had gekend. Een zwerver of een arme sloeber? Ik wist het niet maar vond het aandoenlijk dat hij zo blij was met zijn thermosokken. Als het zo koud is dan heb je die dan ook wel nodig en wat een vreselijk idee dat die brave borst twee weken zonder sokken had gelopen. Zo triest.
Mijn man had betaald en wij gingen doen wat we moesten doen en ik vergat de hele sokkenman totdat ik s'avonds in mijn warme bedje lag. Toen dacht ik aan de man en vroeg me af of hij nu ook ergens een bed had en het in ieder geval lekker warm had. Je moet er toch niet aan denken dat je de nacht buiten moet doorbrengen met -5 graden. Ik schaamde me ineens dood want ik had natuurlijk bij het Kruidvat die daar gevestigd was een stapel thermosokken voor die man moeten kopen. Dan had hij een voorraadje sokken gehad en niet meer twee weken zonder sokken hoeven lopen. Ik heb er de hele dag al spijt van dat ik dat niet gedaan heb.
Er passeerde een man. Een beetje sjofele man met een groezelige baard. Of eigenlijk groezelig kon ik niet zien, want het was donker, maar wel een warrige baard. De man liep zachtjes in zichzelf te zingen en toen hij mij zag riep hij: mevrouw ik ben zo blij met mijn nieuwe sokken!
Ik zei dat ik het fijn vond dat hij zo blij was met zijn nieuwe sokken. Ja, zei hij, heel blij met mijn nieuwe thermosokken, want nu heb ik geen koude voeten meer. Twee weken lang had ik geen sokken en dat was koud hoor mevrouw. Dat geloofde ik meteen, want mijn tenen lagen er al zowat half af van de kou terwijl ik laarsjes droeg en amper vijf minuten op straat stond.
Wat kun je dan blij zijn met iets kleins, vervolgde de man en keek me afwachtend aan. Wie het kleine niet eert is het grote niet weert mevrouw. Nu zie ik dat u nog niet zo oud bent (oef opluchting) maar uw opa en oma zullen u toch ook wel verteld hebben dat je blij moet zijn met kleine dingen.
Absoluut, vertelde ik hem en niet alleen mijn opa en oma maar ook mijn ouders hebben me dat altijd geleerd. Wat fijn dat u dat ook vindt, zei de man, want er zijn mensen mevrouw, die het maar gek vinden als je blij bent met je nieuwe sokken. En nog wel thermosokken. Nou ik ga maar eens verder en wens u nog een fijne avond. He wat ben ik blij met mijn sokken riep hij nog en liep vervolgens de straat uit. Ik wenste hem ook een fijne avond en hoopte dat mijn man op zou schieten bij die automaat en terug zou komen voor ik vastgevroren op straat stond.
In het licht van de straatlantaarns zag ik de man weglopen en zag dat zijn jas ook betere tijden had gekend. Een zwerver of een arme sloeber? Ik wist het niet maar vond het aandoenlijk dat hij zo blij was met zijn thermosokken. Als het zo koud is dan heb je die dan ook wel nodig en wat een vreselijk idee dat die brave borst twee weken zonder sokken had gelopen. Zo triest.
Mijn man had betaald en wij gingen doen wat we moesten doen en ik vergat de hele sokkenman totdat ik s'avonds in mijn warme bedje lag. Toen dacht ik aan de man en vroeg me af of hij nu ook ergens een bed had en het in ieder geval lekker warm had. Je moet er toch niet aan denken dat je de nacht buiten moet doorbrengen met -5 graden. Ik schaamde me ineens dood want ik had natuurlijk bij het Kruidvat die daar gevestigd was een stapel thermosokken voor die man moeten kopen. Dan had hij een voorraadje sokken gehad en niet meer twee weken zonder sokken hoeven lopen. Ik heb er de hele dag al spijt van dat ik dat niet gedaan heb.
vrijdag 20 januari 2017
Volkoren Desembrood
Vanmorgen was ik al vroeg op de boodschap. Bepakt met een hele berg lege tassen en een enorme boodschappenlijst reed ik de parkeergarage in. Zo'n verhuisploeg voorzien van eten en drinken, daar heb je wel het een en ander voor nodig.
Eerst maar eens naar de bakker. Daar was het best druk, er stonden ouders met kleine kinderen (waarschijnlijk net de oudste naar school gebracht) en flink wat oudere mensen. Ik moest dus even wachten maar dat was helemaal niet erg. Gezellig om een klein meisje van nog geen drie te horen keuvelen met haar vader wat ze voor brood zouden kopen en wat ze die avond zouden eten. Boontjes, zei het meisje. Nee joh, lachte papa, die hebben we gister toch al gegeten. Maar boontjes zijn lekker zei het meisje. We zullen zien zei paps. Jammer dat ik nu nog niet weet wat er uiteindelijk op tafel kwam.
Voor mij was een oudere meneer aan de beurt en hij vroeg het bakkersmeisje een volkoren desembrood. Het meisje werkt er nog maar pas en herhaalde zachtjes de woorden, een volkoren desembrood en ze keek naar het rek achter haar waar de meest heerlijke broden lagen in alle soorten en maten. Aarzelend pakte ze een galletje maar de oudere heer zei vriendelijk, nee dat is het niet hoor. Ik wil graag een volkoren desembrood. Het meisje legde het galletje weer op de plank en tuurde bezorgd naar al die broden in de hoop dat een er van zou opspringen en roepen: Ik ben hier. Maar dat gebeurde natuurlijk niet.
Ze besloot raad te vragen bij een collega en terwijl er een gefluisterd overleg plaatsvond zei de heer tegen mij: Ach ja mevrouw het is ook logisch dat zo'n meisje dat niet weet. Het is toch eigenlijk wel een luxe he dat we kunnen kiezen uit zoveel soorten brood. Vroeger had je alleen wit of bruin en tegenwoordig je kunt het zo gek niet bedenken. En nu kan ik wel zeggen tegen zo'n meisje, ach geef me dan maar een gewoon volkoren, maar mijn vrouw en ik vinden dat volkoren desembrood zo lekker en nu ik op deze leeftijd ben gekomen (hij zei er niet bij hoe oud hij was en ik dorst het ook niet te vragen) heb ik besloten dat ik alleen nog maar dingen eet die ik heel erg lekker vindt. Hij keek me aan en ik zag een paar waterige blauwe ogen die vriendelijk en een beetje ondeugend naar me lachten. Ik gaf hem groot gelijk.
Inmiddels had het meisje het volkoren desembrood gesignaleerd en vroeg ze de heer of hij het gesneden wilde hebben. Alstublieft mevrouw klonk zijn antwoord. Het meisje bloosde van mevrouw, sneed het brood en stopte het klungelig in een zak. Ach alle begin is moeilijk zei de heer naast mij en begon een paar euro op te diepen uit een piepklein portemonneetje.
Terwijl ik thuis een aantal broodjes smeerde voor de verhuisploeg dacht ik nog even na over de woorden van de man. Hij had natuurlijk gelijk en ik nam mij terplekke voor om later - als ik groot ben - ook nooit meer iets te eten dat ik niet lekker vind.
Ehh ik eet al nooit meer dingen die ik niet lekker vind. Verwend nest!
Eerst maar eens naar de bakker. Daar was het best druk, er stonden ouders met kleine kinderen (waarschijnlijk net de oudste naar school gebracht) en flink wat oudere mensen. Ik moest dus even wachten maar dat was helemaal niet erg. Gezellig om een klein meisje van nog geen drie te horen keuvelen met haar vader wat ze voor brood zouden kopen en wat ze die avond zouden eten. Boontjes, zei het meisje. Nee joh, lachte papa, die hebben we gister toch al gegeten. Maar boontjes zijn lekker zei het meisje. We zullen zien zei paps. Jammer dat ik nu nog niet weet wat er uiteindelijk op tafel kwam.
Voor mij was een oudere meneer aan de beurt en hij vroeg het bakkersmeisje een volkoren desembrood. Het meisje werkt er nog maar pas en herhaalde zachtjes de woorden, een volkoren desembrood en ze keek naar het rek achter haar waar de meest heerlijke broden lagen in alle soorten en maten. Aarzelend pakte ze een galletje maar de oudere heer zei vriendelijk, nee dat is het niet hoor. Ik wil graag een volkoren desembrood. Het meisje legde het galletje weer op de plank en tuurde bezorgd naar al die broden in de hoop dat een er van zou opspringen en roepen: Ik ben hier. Maar dat gebeurde natuurlijk niet.
Ze besloot raad te vragen bij een collega en terwijl er een gefluisterd overleg plaatsvond zei de heer tegen mij: Ach ja mevrouw het is ook logisch dat zo'n meisje dat niet weet. Het is toch eigenlijk wel een luxe he dat we kunnen kiezen uit zoveel soorten brood. Vroeger had je alleen wit of bruin en tegenwoordig je kunt het zo gek niet bedenken. En nu kan ik wel zeggen tegen zo'n meisje, ach geef me dan maar een gewoon volkoren, maar mijn vrouw en ik vinden dat volkoren desembrood zo lekker en nu ik op deze leeftijd ben gekomen (hij zei er niet bij hoe oud hij was en ik dorst het ook niet te vragen) heb ik besloten dat ik alleen nog maar dingen eet die ik heel erg lekker vindt. Hij keek me aan en ik zag een paar waterige blauwe ogen die vriendelijk en een beetje ondeugend naar me lachten. Ik gaf hem groot gelijk.
Inmiddels had het meisje het volkoren desembrood gesignaleerd en vroeg ze de heer of hij het gesneden wilde hebben. Alstublieft mevrouw klonk zijn antwoord. Het meisje bloosde van mevrouw, sneed het brood en stopte het klungelig in een zak. Ach alle begin is moeilijk zei de heer naast mij en begon een paar euro op te diepen uit een piepklein portemonneetje.
Terwijl ik thuis een aantal broodjes smeerde voor de verhuisploeg dacht ik nog even na over de woorden van de man. Hij had natuurlijk gelijk en ik nam mij terplekke voor om later - als ik groot ben - ook nooit meer iets te eten dat ik niet lekker vind.
Ehh ik eet al nooit meer dingen die ik niet lekker vind. Verwend nest!
donderdag 19 januari 2017
Verhuisploeg cateraar!
Mijn broer gaat verhuizen. Nou ja hij niet alleen, de rest van zijn gezin verhuist natuurlijk mee. Zowat de hele familie is er maar druk mee. Zo gaat dat bij ons, als er wat te helpen valt dan zijn we er voor mekaar.
Nu heb ik zelf een bloedjehekel aan verhuizen. Eerlijk waar ik moet er niet aan denken. Gelukkig wonen wij in een huis wat ons past als een jas. Als over een poosje ook dochter op zichzelf gaat wonen dan past alles heel ruim, dus nee hier wordt niet verhuisd.
Maar mijn broer gaat dus wel verhuizen en omdat ik natuurlijk niet achter wou blijven met hulp bieden heb ik aangeboden om de catering te verzorgen, want dat is nu een dingetje wat ik wel leuk vind.
Zo heb ik het gezin al twee dagen in de kost omdat alle keukenspullen al ingepakt zitten. We eten hier dan met zijn achten want ook mijn vader prikt een vorkje mee. Gezellig hoor zo'n groot gezin. Al twee dagen spoed ik mij rap na het werk naar huis om achter de potten en de pannen te kruipen. Grote potten en pannen. De eerste dag had ik een giga ovenschaal met Shepherds pie gemaakt en de tweede dag een grote pan spaghetti bolognese. Morgen staat er zuurkool op het programma en voor zaterdag - als de echte verhuizing plaatsvindt - een grote pan erwtensoep. Voor die laatste staat de bouillon al te trekken.
Ik ben dus in mijn nopjes en kroop vanavond op de bank met een blocnote om een boodschappenlijst op te stellen, want behalve het avondeten moet er ook overdag gegeten worden. Er komt een echt verhuisbedrijf met drie kloeke verhuizers en daarin zit hem nu net de kneep. Want voor ons eigen cluppie weet ik wel zo'n beetje wat er gegeten moet worden aan hoeveelheden, maar wat eten drie potige verhuizers. Mannen met spieren van roestvaststaal, borstkassen als van Jerom uit Suske en Wiske en armen als boomstammen. Zulke mannen hebben niks aan een broodje met kaas. Voor zulke mannen moet er een zwijn aan het spit en daar begin ik nu dus juist niet aan. Dat gaat me te ver.
Dus worden het broodjes met warme worst en zal ik ettelijke broodjes smeren en beleggen. Voor bij de koffie moet er natuurlijk ook wat lekkers komen. Er staat dus op de planning om een cake te bakken en een boterkoek. Of twee cake's en twee boterkoeken. Want een plakje cake verdwijnt natuurlijk in de holle kies van zo'n verhuizer.
Ook als ik hier thuis eters krijg ben ik altijd bang dat we tekort hebben en daar ben ik nu ook zo bang voor. Lastig is het dat je bij de offerte van zo'n verhuisbedrijf niet direct een lijstje krijgt met de hoeveelheden die die jongens willen eten. We kregen bij navraag alleen te horen dat de heren alles lusten en dat we met geen enkel dieet of andere zaken rekening hoeven te houden.
Enfin het zal wel goed komen, tenslotte heb ik ervaring opgedaan in onze restauratieve dienst met de catering voor grote groepen dus ik smeer maar raak en mochten we wat over hebben trakteren we gewoon de nieuwe buren.
Nu heb ik zelf een bloedjehekel aan verhuizen. Eerlijk waar ik moet er niet aan denken. Gelukkig wonen wij in een huis wat ons past als een jas. Als over een poosje ook dochter op zichzelf gaat wonen dan past alles heel ruim, dus nee hier wordt niet verhuisd.
Maar mijn broer gaat dus wel verhuizen en omdat ik natuurlijk niet achter wou blijven met hulp bieden heb ik aangeboden om de catering te verzorgen, want dat is nu een dingetje wat ik wel leuk vind.
Zo heb ik het gezin al twee dagen in de kost omdat alle keukenspullen al ingepakt zitten. We eten hier dan met zijn achten want ook mijn vader prikt een vorkje mee. Gezellig hoor zo'n groot gezin. Al twee dagen spoed ik mij rap na het werk naar huis om achter de potten en de pannen te kruipen. Grote potten en pannen. De eerste dag had ik een giga ovenschaal met Shepherds pie gemaakt en de tweede dag een grote pan spaghetti bolognese. Morgen staat er zuurkool op het programma en voor zaterdag - als de echte verhuizing plaatsvindt - een grote pan erwtensoep. Voor die laatste staat de bouillon al te trekken.
Ik ben dus in mijn nopjes en kroop vanavond op de bank met een blocnote om een boodschappenlijst op te stellen, want behalve het avondeten moet er ook overdag gegeten worden. Er komt een echt verhuisbedrijf met drie kloeke verhuizers en daarin zit hem nu net de kneep. Want voor ons eigen cluppie weet ik wel zo'n beetje wat er gegeten moet worden aan hoeveelheden, maar wat eten drie potige verhuizers. Mannen met spieren van roestvaststaal, borstkassen als van Jerom uit Suske en Wiske en armen als boomstammen. Zulke mannen hebben niks aan een broodje met kaas. Voor zulke mannen moet er een zwijn aan het spit en daar begin ik nu dus juist niet aan. Dat gaat me te ver.
Dus worden het broodjes met warme worst en zal ik ettelijke broodjes smeren en beleggen. Voor bij de koffie moet er natuurlijk ook wat lekkers komen. Er staat dus op de planning om een cake te bakken en een boterkoek. Of twee cake's en twee boterkoeken. Want een plakje cake verdwijnt natuurlijk in de holle kies van zo'n verhuizer.
Ook als ik hier thuis eters krijg ben ik altijd bang dat we tekort hebben en daar ben ik nu ook zo bang voor. Lastig is het dat je bij de offerte van zo'n verhuisbedrijf niet direct een lijstje krijgt met de hoeveelheden die die jongens willen eten. We kregen bij navraag alleen te horen dat de heren alles lusten en dat we met geen enkel dieet of andere zaken rekening hoeven te houden.
Enfin het zal wel goed komen, tenslotte heb ik ervaring opgedaan in onze restauratieve dienst met de catering voor grote groepen dus ik smeer maar raak en mochten we wat over hebben trakteren we gewoon de nieuwe buren.
maandag 16 januari 2017
Blauwe maandag
Vandaag was het dus blauwe maandag omdat ene meneer Arnall zo'n twaalf jaar geleden eens op zijn rekenmachine had zitten spelen en daar geheel per ongeluk een formule uit kwam rollen wat het rechtvaardigde dat wij met zijn allen een maandag in januari depressief gaan zitten zijn.
Nou daar doe ik niet aan mee! Ik houd niet van opgelegde depressies en bovendien zijn mensen met een depressie ernstig ziek en daarmee moet je niet spotten. Somber zijn we allemaal wel eens en dat is helemaal niet erg, behalve als we het mekaar gaan zitten aanpraten op een maandag in januari. Nee niks voor mij.
Gelukkig heb ik geen aanleg tot somberte, dat is geen verdienste hoor, ik stond gewoon vooraan bij het uitdelen van de endorfines. Dat is aan de ene kant natuurlijk heerlijk, maar aan de andere kant ook vervelend, want nu hoef ik nooit te gaan sporten om die endorfines aan te maken en daarom ben ik ook zo dik. Elk voordeel heb zijn nadeel zou Johan zeggen, maar goed somber ben ik dus niet vaak en vandaag al helemaal niet.
Waarom zou ik ook? De zon scheen volop en hoewel ik gewoon op kantoor in het pittoreske Almere zat is het toch prettiger als de zon buiten schijnt dan dat het giet van de regen en die zon maakte dat er een strakblauwe lucht te bewonderen was. Verder was het een hele gewone dag met hele gewone werkzaamheden dus geen enkele reden om somber te zijn.
Toen van het weekend de waarschuwingen over de aanstaande maandag al weer over het internet vlogen besloot ik de boel om te draaien. Laat ik nou eens iemand blij maken op blauwe maandag bedacht ik mij en ging in gedachten na wie de gelukkige nu eens zou zijn. Bij het opstellen van het weekmenu vroeg ik mijn echtgenoot waar hij deze week nu eens zin in zou hebben. Hij dacht even na en zei toen: Witlof met een lekker sudderlapje. Nu mijn en jouw moeder er niet meer zijn eet ik nooit meer eens lekker suddervlees. Tja daar had hij wel een punt. Onze moeders waren meesters in het maken van suddervlees en ik doe dat nooit omdat ik dat zelf helemaal niet lekker vind. Brr.
Natuurlijk maak ik vaak stoofpotjes met rundvlees maar daar zitten altijd zoveel andere dingen bij dat het niet meer lijkt op een sudderlapje. En witlof maak ik heel soms, maar dan de struikjes in zijn geheel gekookt, ingerold in een plakje ham en met een laagje geraspte kaas gaat de boel dan even in de oven. Gekookte witlof maak ik ook nooit. Daar lag een kans. Een hele simpele kans om op deze blauwe maandag mijn echtgenoot eens heel gelukkig te maken. Niet dat ik anders nooit pogingen doe hoor om die man gelukkig te maken, ik doe echt mijn bestm maar de liefde van de man gaat tenslotte door de maag.
Dus ik bij de slager een kloeke runderriblap besteld. Bleek de slager uitverkocht te zijn. Mooie boel vertelde ik hem, hoe ga ik nu een sudderlapje maken voor mijn man? Ik zag mijn plan al in duigen vallen, maar gelukkig had de slager sucadelapjes die, zo verzekerde de slager mij, ook voor veel geluk zouden zorgen. Als ik ze maar lang en liefdevol liet sudderen. Dat beloofde ik!
Gistermiddag heb ik ze al opgezet en telkens als mijn man even in de keuken kwam liep het water hem al in de mond. Vanavond sneed ik de lof in reepjes en kookte deze evenals een paar kruimige piepertjes. Nou het geluk spatte er vanaf hoor. Dolgelukkig die man van mij, met zijn sudderlapjes en zijn witlof. En hij niet alleen, ook onze dochter zat te smullen van de lapjes. Twee vliegen in een klap gelukkig.
Zo simpel kan het dus zijn op blauwe maandag. Gewoon iets koken waar een ander blij van wordt. Meneer Arnall kan met zijn hele blauwe maandagformule gewoon de pot op!
Recept:
500 gram runderriblappen of sucadelapjes
50 gram boter of margarine
laurierblaadje
peper en zout
Haal het vlees ongeveer een half uur voor je het gaat braden uit de koelkast, bestrooi het met peper en zout. Smelt de boter in een braadpan met dikke bodem en doe de lapjes er in zodra de boter heet is. Braadt het vlees rondom even bruin aan en zet dan het vuur op de allerlaagste stand. Een sudderplaatje is perfect. Doe het laurierblaadje erbij en doe de deksel op de pan. Laat het nu een paar uur sudderen (2 - 3 uur) is prima en langer mag ook. Check af en toe of er nog genoeg jus in de pan zit zodat de boel niet aanbrandt.
Nou daar doe ik niet aan mee! Ik houd niet van opgelegde depressies en bovendien zijn mensen met een depressie ernstig ziek en daarmee moet je niet spotten. Somber zijn we allemaal wel eens en dat is helemaal niet erg, behalve als we het mekaar gaan zitten aanpraten op een maandag in januari. Nee niks voor mij.
Gelukkig heb ik geen aanleg tot somberte, dat is geen verdienste hoor, ik stond gewoon vooraan bij het uitdelen van de endorfines. Dat is aan de ene kant natuurlijk heerlijk, maar aan de andere kant ook vervelend, want nu hoef ik nooit te gaan sporten om die endorfines aan te maken en daarom ben ik ook zo dik. Elk voordeel heb zijn nadeel zou Johan zeggen, maar goed somber ben ik dus niet vaak en vandaag al helemaal niet.
Waarom zou ik ook? De zon scheen volop en hoewel ik gewoon op kantoor in het pittoreske Almere zat is het toch prettiger als de zon buiten schijnt dan dat het giet van de regen en die zon maakte dat er een strakblauwe lucht te bewonderen was. Verder was het een hele gewone dag met hele gewone werkzaamheden dus geen enkele reden om somber te zijn.
Toen van het weekend de waarschuwingen over de aanstaande maandag al weer over het internet vlogen besloot ik de boel om te draaien. Laat ik nou eens iemand blij maken op blauwe maandag bedacht ik mij en ging in gedachten na wie de gelukkige nu eens zou zijn. Bij het opstellen van het weekmenu vroeg ik mijn echtgenoot waar hij deze week nu eens zin in zou hebben. Hij dacht even na en zei toen: Witlof met een lekker sudderlapje. Nu mijn en jouw moeder er niet meer zijn eet ik nooit meer eens lekker suddervlees. Tja daar had hij wel een punt. Onze moeders waren meesters in het maken van suddervlees en ik doe dat nooit omdat ik dat zelf helemaal niet lekker vind. Brr.
Natuurlijk maak ik vaak stoofpotjes met rundvlees maar daar zitten altijd zoveel andere dingen bij dat het niet meer lijkt op een sudderlapje. En witlof maak ik heel soms, maar dan de struikjes in zijn geheel gekookt, ingerold in een plakje ham en met een laagje geraspte kaas gaat de boel dan even in de oven. Gekookte witlof maak ik ook nooit. Daar lag een kans. Een hele simpele kans om op deze blauwe maandag mijn echtgenoot eens heel gelukkig te maken. Niet dat ik anders nooit pogingen doe hoor om die man gelukkig te maken, ik doe echt mijn bestm maar de liefde van de man gaat tenslotte door de maag.
Dus ik bij de slager een kloeke runderriblap besteld. Bleek de slager uitverkocht te zijn. Mooie boel vertelde ik hem, hoe ga ik nu een sudderlapje maken voor mijn man? Ik zag mijn plan al in duigen vallen, maar gelukkig had de slager sucadelapjes die, zo verzekerde de slager mij, ook voor veel geluk zouden zorgen. Als ik ze maar lang en liefdevol liet sudderen. Dat beloofde ik!
Gistermiddag heb ik ze al opgezet en telkens als mijn man even in de keuken kwam liep het water hem al in de mond. Vanavond sneed ik de lof in reepjes en kookte deze evenals een paar kruimige piepertjes. Nou het geluk spatte er vanaf hoor. Dolgelukkig die man van mij, met zijn sudderlapjes en zijn witlof. En hij niet alleen, ook onze dochter zat te smullen van de lapjes. Twee vliegen in een klap gelukkig.
Zo simpel kan het dus zijn op blauwe maandag. Gewoon iets koken waar een ander blij van wordt. Meneer Arnall kan met zijn hele blauwe maandagformule gewoon de pot op!
Recept:
500 gram runderriblappen of sucadelapjes
50 gram boter of margarine
laurierblaadje
peper en zout
Haal het vlees ongeveer een half uur voor je het gaat braden uit de koelkast, bestrooi het met peper en zout. Smelt de boter in een braadpan met dikke bodem en doe de lapjes er in zodra de boter heet is. Braadt het vlees rondom even bruin aan en zet dan het vuur op de allerlaagste stand. Een sudderplaatje is perfect. Doe het laurierblaadje erbij en doe de deksel op de pan. Laat het nu een paar uur sudderen (2 - 3 uur) is prima en langer mag ook. Check af en toe of er nog genoeg jus in de pan zit zodat de boel niet aanbrandt.
zaterdag 14 januari 2017
Iets met sneeuw, file en een uil!
We waren er natuurlijk voor gewaarschuwd maar toen ik gistermorgen opstond lag er een dun laagje sneeuw op de auto. De stoepen en de wegen waren schoon, maar in het plantsoen leek het alsof iemand een bus poedersuiker had uitgestrooid. Het was nog aardedonker toen ik om half acht de sneeuw van de auto veegde en met goede moed naar Hilversum vertrok. Daar zou ik de auto parkeren en bij mijn collega instappen om samen naar Beuningen te gaan alwaar wij samen met de Locatiemanager een aantal sollicitanten zouden spreken.
Hoe dichter ik bij Hilversum kwam des te witter het werd en daar waren de stoepen en de wegen nog flink kliederig. Het dooide dus het was een vieze, pappende brij. Gelukkig was ik zo wijs geweest om mijn laarzen aan te trekken en niet mijn suède pumps anders had ik zeker natte voeten gekregen bij het overstappen. Tot zover ging alles prima en wij vervolgden de reis en nu ook weer hoe meer oostelijker wij kwamen hoe witter het werd. Een prachtig gezicht en zeker als je zelf niet hoef te rijden. Dan kun je van zo'n wit winterlandschap erg genieten.
Helaas veranderden de wegen ook steeds meer van zwart naar wit. Dat was natuurlijk niet de bedoeling en kloeke vrachtauto's van Rijkswaterstaat kwamen de weg op om zich te bemoeien met die sneeuw met hun sneeuwschuiver en zoutstrooier. Even later stonden we in de file. Een hele dikke file hoorden we later op het nieuws. Negentien kilometer met een krappe drie uur vertraging. Dat gingen wij natuurlijk nooit redden. Gelukkig hebben we tegenwoordig een mobiele telefoon en konden we netjes melden dat we vast stonden (ingesneeuwd zeiden we wat overdreven en lacherig) en dat ze maar vast moesten beginnen zonder ons. Gelukkig is er op zo'n crematorium altijd verse koffie dus de sollicitanten zaten niet op een droogje. Naar die koffie snakte ik inmiddels ook wel.
Ondertussen doodden wij de tijd door wat zakelijke kwesties te bespreken en kreeg ik een heel bijzonder telefoontje. Het nummer van de mobiele telefoon die ik van mijn werk heb is eerder van een collega geweest die al lang niet meer bij ons werkt. Hij kwam bij de mensen thuis om een uitvaartpolis te bespreken en af te sluiten. Blijkbaar had de dame die mij nu belde dit telefoonnummer in haar telefoon gezet en nu belde ze om door te geven dat haar man net was overleden. Nooit gedacht dat ik nog eens zo'n melding zelf zou aannemen, maar na alle gegevens te hebben genoteerd en haar heel veel sterkte te hebben gewenst, heb ik het doorgegeven aan mijn collega's van Zorg die direct contact met haar op zouden nemen. De hele dag heb ik steeds even aan deze mevrouw moeten denken.
We schoten steeds maar niet op en hoewel het best knus is om in een warme auto te zitten en naar de sneeuwvlokken te kijken die uit de lucht naar beneden dwarrelden, begon ik toch een tikkie spijt te krijgen. Had ik nou maar een bolletje wol en een haaknaald in mijn tas gestopt dan had ik onderwijl die vermaledijde deken afgekregen. Of in ieder geval een heel eind gekomen. Nog 6 lapjes te gaan had ik gister en daar had ik mooi een slinger aan kunnen geven. Mijn collega plaagt me altijd met dat haken (ach wat weet zo'n man er nou van) maar de eerstvolgende keer dat er een lange autorit op het programma staat waarbij ik dan zelf niet hoef te rijden, frommel ik toch een bolletje wol onder in mijn tas. Je weet maar nooit.
Inmiddels hoef ik nog maar 5 lapjes te haken voor ik de boel in elkaar kan zetten en de rand er omheen kan haken, het einde is in zicht. Eerst moet ik nog zwarte wol bijhalen want dat heb ik niet genoeg en dan komt hij nooit in elkaar. Wat kan zo'n project dan een beetje tegen gaan staan. Ik heb zo'n zin om wat anders te gaan doen. Plannen zat, maar eerst die deken af nam ik me voor.
Zoals dat vaker gaat met goede voornemens ben ik alweer overstag. Bij de regenboogkussens vroegen ze borduurtjes van wat vogels. Helaas was het roodborstje al vergeven, dat vind ik toch zo'n leukerdje om te borduren, maar nu ga ik een uil maken. Dat is niet heel veel werk en daarvan zal die deken niet veel vertraging oplopen denk ik.
Ik hoop op flinke files de komende weken! ☺☺
Hoe dichter ik bij Hilversum kwam des te witter het werd en daar waren de stoepen en de wegen nog flink kliederig. Het dooide dus het was een vieze, pappende brij. Gelukkig was ik zo wijs geweest om mijn laarzen aan te trekken en niet mijn suède pumps anders had ik zeker natte voeten gekregen bij het overstappen. Tot zover ging alles prima en wij vervolgden de reis en nu ook weer hoe meer oostelijker wij kwamen hoe witter het werd. Een prachtig gezicht en zeker als je zelf niet hoef te rijden. Dan kun je van zo'n wit winterlandschap erg genieten.
Helaas veranderden de wegen ook steeds meer van zwart naar wit. Dat was natuurlijk niet de bedoeling en kloeke vrachtauto's van Rijkswaterstaat kwamen de weg op om zich te bemoeien met die sneeuw met hun sneeuwschuiver en zoutstrooier. Even later stonden we in de file. Een hele dikke file hoorden we later op het nieuws. Negentien kilometer met een krappe drie uur vertraging. Dat gingen wij natuurlijk nooit redden. Gelukkig hebben we tegenwoordig een mobiele telefoon en konden we netjes melden dat we vast stonden (ingesneeuwd zeiden we wat overdreven en lacherig) en dat ze maar vast moesten beginnen zonder ons. Gelukkig is er op zo'n crematorium altijd verse koffie dus de sollicitanten zaten niet op een droogje. Naar die koffie snakte ik inmiddels ook wel.
Ondertussen doodden wij de tijd door wat zakelijke kwesties te bespreken en kreeg ik een heel bijzonder telefoontje. Het nummer van de mobiele telefoon die ik van mijn werk heb is eerder van een collega geweest die al lang niet meer bij ons werkt. Hij kwam bij de mensen thuis om een uitvaartpolis te bespreken en af te sluiten. Blijkbaar had de dame die mij nu belde dit telefoonnummer in haar telefoon gezet en nu belde ze om door te geven dat haar man net was overleden. Nooit gedacht dat ik nog eens zo'n melding zelf zou aannemen, maar na alle gegevens te hebben genoteerd en haar heel veel sterkte te hebben gewenst, heb ik het doorgegeven aan mijn collega's van Zorg die direct contact met haar op zouden nemen. De hele dag heb ik steeds even aan deze mevrouw moeten denken.
We schoten steeds maar niet op en hoewel het best knus is om in een warme auto te zitten en naar de sneeuwvlokken te kijken die uit de lucht naar beneden dwarrelden, begon ik toch een tikkie spijt te krijgen. Had ik nou maar een bolletje wol en een haaknaald in mijn tas gestopt dan had ik onderwijl die vermaledijde deken afgekregen. Of in ieder geval een heel eind gekomen. Nog 6 lapjes te gaan had ik gister en daar had ik mooi een slinger aan kunnen geven. Mijn collega plaagt me altijd met dat haken (ach wat weet zo'n man er nou van) maar de eerstvolgende keer dat er een lange autorit op het programma staat waarbij ik dan zelf niet hoef te rijden, frommel ik toch een bolletje wol onder in mijn tas. Je weet maar nooit.
Inmiddels hoef ik nog maar 5 lapjes te haken voor ik de boel in elkaar kan zetten en de rand er omheen kan haken, het einde is in zicht. Eerst moet ik nog zwarte wol bijhalen want dat heb ik niet genoeg en dan komt hij nooit in elkaar. Wat kan zo'n project dan een beetje tegen gaan staan. Ik heb zo'n zin om wat anders te gaan doen. Plannen zat, maar eerst die deken af nam ik me voor.
Zoals dat vaker gaat met goede voornemens ben ik alweer overstag. Bij de regenboogkussens vroegen ze borduurtjes van wat vogels. Helaas was het roodborstje al vergeven, dat vind ik toch zo'n leukerdje om te borduren, maar nu ga ik een uil maken. Dat is niet heel veel werk en daarvan zal die deken niet veel vertraging oplopen denk ik.
Ik hoop op flinke files de komende weken! ☺☺
Abonneren op:
Posts (Atom)