De afgelopen tijd had ik geen puf om te bloggen. Het was een drukke periode met de mantelzorg voor mijn vader en het extra account op mijn werk en ook wist ik niet meer zo goed waar ik nu weer eens over zou schrijven.
Natuurlijk had ik elke dag een flink stuk kunnen schrijven over hoe ik mijn lief zo ontzettend mis en hoe zwaar me dit tweede rouwjaar soms valt, maar daar zit niemand op te wachten. Ik wil niet in de slachtofferhoek gaan zitten, want dat ben ik niet en het zou ook geen recht doen aan de goede momenten die er wél zijn!
Ook had ik veel blogjes kunnen maken over Arthur, die al zo goed Nederlands spreekt en helemaal gewend is. Over de regelmatige logeerpartijtjes, de dinsdagen waarop hij en zijn papa komen eten en de gezellige gesprekken en de lol die we hebben samen. Maar ook dat wordt vervelend om te lezen, die eeuwige lofzangen van een oma die haar kleinkind het allerleukste en het allerliefste vindt!
Nou vooruit, één grappig voorvalletje dan: Arthur kwam eten, deed zijn jas uit en kwam naar me toe om me een dikke knuffel te geven en zei: Oma, ik weet wat ik later ga worden. Oh ja, vertel? Brandweerman! (wat een verrassing, met de brandweergenen van mijn vader, zijn overgrootvader). Ja ik word brandweerman en dan ga ik als ik groter ben naar de brandweerschool! Nou dat is een goed idee, jongen. Maar oma, kom jij me dan ook wel een keertje ophalen van de brandweerschool? Ja natuurlijk doe ik dat. Tegen die tijd hebben we het er nog wel eens over, want ik geloof niet dat hij dan nog er op zit te wachten dat zijn oude oma hem komt afhalen, maar lief is het wel.
Over handwerken heb ik ook niet veel te melden, want dat heb ik de afgelopen weken amper gedaan. Af en toe een toertje gebreid, maar meer niet dan wel.
De tuin dan? Ik moet eerlijk bekennen dat ik de tuin niet de aandacht heb gegeven die ze verdient. Voorgaande jaren had ik al potten vol eenjarigen en nu was het nog niet veel. Door het ineens droge weer en vooral de harde wind, verdorden de laatste viooltjes tot zielige bosjes stro waar ik bij stond.
Gelukkig trokken de borders zich er niks van aan dat ik even geen tijd voor ze had. Wij doen het gewoon zelf dachten ze, en met succes, want terwijl ik zat te werken had ik de afgelopen week uitzicht op een zee aan rozen, roze en witte en verder kwamen de salvia's op en trok de lupine haar mooiste blauwe jurk aan. Die had ik nog bijna gemist. Zelfs een roos die ik al een jaar of twee geleden had geplant, maar een beetje stond te kwijnen en nog nooit had gebloeid staat ineens dik in de knop!
In de andere border verscheen ineens een vingerhoedskruid. Zomaar aangewaaid staat ze daar te wiegen in de wind en te pronken met haar schoonheid. Ze heeft veelvuldig bezoek van hommels, maar ook ik moet helaas constateren dat er minder hommels en bijen de tuin bezoeken dan vorig jaar.
Je kunt zo'n tuin dus gerust een klein beetje verwaarlozen en dan nog maakt ze je blij. Maar liefde moet wederzijds zijn en dus toog ik gisteren met Arthur, hij vindt dat nog steeds een geweldig uitje, naar het tuincentrum en keerden we met eenjarigen terug.
Vanmorgen was ik al voor 9 uur in de tuin. Kopje koffie, ontbijtje, praatje met mijn buurvriendin en aan de slag. Totdat er geen schaduw meer was en het te warm werd, maar de potten op het rek zijn weer gevuld en ziet dat er weer gezellig uit.
Nu nog even de stofzuiger door het huis slingeren, een douche nemen en me netjes aankleden en dan op naar het verjaarsfeestje van mijn vader die vandaag 86 is geworden. Daar gaan we op proosten, want hij is er nog en het gaat gelukkig een stuk beter met hem!














